Cultuur hier. Cultuur daar. Veiligheidscultuur. Flauwekultuur.

Cultuur is momenteel het meest veelzijdige stukje vlees binnen de Veiligheidswereld. Waarom slaat iedereen daar tegenwoordig enorm op aan? Wat gaat het ons brengen? Hoe ga je er mee om? Kun je het meten?

De antwoorden op al die vragen staan en vallen met het antwoord op die ene belangrijke vraag: wát is het eigenlijk!? Binnen de sociale wetenschap is men het erover eens: het is nog lang niet duidelijk of veiligheidscultuur bestaat en wat dit dan typeert en behelst. Buiten deze kringen lijken veel andere partijen ongehinderd door gebrek aan deze kennis.

Het lijkt onvermijdelijk dat werken aan cultuur met gebrek aan besef, kennis en vaardigheid binnen organisaties resulteert in een Flauwekultuur.

Het werken aan de verbetering van Veiligheidscultuur aan de hand van de Veiligheidsladder(r) lijkt momenteel de grootste bron van het ontstaan van Flauwekultuur binnen organisaties.

Volgens één van de autoriteiten op het gebied van onderzoek naar cultuur binnen Nederland is de Veiligheidsladder(r) een omhooggevallen concept dat zijn oorsprong kent in een (hooguit twee) artikelen (Parker et al, 2006) die niet meer behelzen dan de ‘achterkant van een bierviltje’. Met deze uitspraak doet hij de onderzoekers in zijn geheel niet tekort; zij concluderen binnen hun artikel, geformuleerd in wetenschappelijk jargon, hetzelfde.

‘Notwithstanding the organisation’s enthusiasm for the tool, at this point its validity rested on the comments of the participants in the study and those expected to use it. The tool was developed from interview data collected from a relatively small sample (nD26) and then commented on by 12 employees from a single organisation, none of whom had taken part in the interviews. There clearly remained a need to assess more systematically whether the content of the descriptions was internally consistent in terms of the levels of safety culture, and to investigate the underlying structure of the perceptions of the framework.’

(Parker et al, 2006)

Shell heeft dit concept in haar hoogtijdagen (lang geleden) aangegrepen voor de introductie van het Hearts and Minds programma. Wellicht het eerste, enige en laatste initiatief dat de ‘tekortkomingen’ van het onderzoek door Parker en kornuiten eer aan heeft gedaan. Hearts and Minds introduceerde een interactieve set met (speelse) tools die de organisatie uitdaagde met houding en gedrag een de slag te gaan.

Het ging pas echt mis toen Prorail een normatief kader introduceerde om Veiligheidscultuur te ‘meten’ en alsof dat nog niet genoeg was, gunningsvoordeel te bieden op basis van de behaalde trede. De laatste en fatale klap aan het instrument kwam met de overdracht van de Veiligheidsladder(r) aan de NEN en de business case voor CI’s.

Hét argument vóór het gebruik van de Veiligheidsladder(r) als instrument om aan de verbetering van Veiligheid binnen organisaties te werken is: het certificeringsschema bestaat voor een groot deel uit aspecten die voor de hand liggen en zeker kunnen helpen bij het bestendigen van het Veiligheidsmanagement binnen organisaties. Daarentegen staat er niet veel meer, minder of anders in de wat de onder meer de OHSAS 18001 (binnenkort ISO 45001), VCA en NTA 8620 ook voorschrijven.

Hét argument tégen toepassing van de Veiligheidsladder(s) als instrument om de verbetering van Veiligheid binnen organisaties te beoordelen, meten en certificeren is: de paradox die het instrument met zich mee draagt. Hoe zeer alle CI’s ook hun best doen om er zo open en objectief mogelijk in te staan, aan het einde van de dag valt het oordeel terug op het invullen van een checklist met overheersend systemische aspecten. Tot en met Trede 3 lijkt de schade beperkt, maar vanaf Trede 4 is de tragedie onvermijdelijk. Hoe kun je Trede 4 ‘meten’ en beoordelen aan de hand van een Trede 3 tool: de checklist! Hou toch op…

Enfin, uiteindelijk moet iedereen het zelf weten en is onze mening er ook maar één van velen. We zeggen zeker niet dat je niet met Veiligheidsladder(r) aan de slag moet gaan. We zeggen alleen dat je moet opletten dat je niet met een Flauwekultuur opgescheept komt te zitten.

Wanneer is de kans hoog dat je met een Flauwekultuur te maken hebt? Nou, vooruit dan…hier beneden een indicatie van de vijf bijbehorende treden:

  1. Onze proactieve houding kenmerkt zich door het feit dat wij tegenwoordig meer en strikter aan onze procedures houden dan voorheen;
  2. Wij houden onszelf en anderen liever voor de gek dan dat we toegeven dat we eigenlijk nog niet klaar zijn voor de ons toebedeelde trede en ons gunningsvoordeel verliezen;
  3. Wij gebruiken spiegeltjes en kraaltjes (zoals apps, mascottes en slogans) om de aandacht van onze medewerkers en stakeholder af te leiden van het echte gesprek: we zijn vergeten waar het ook al weer om ging;
  4. Wij gebruiken gedrag van medewerkers als een excuus voor leiderschap en ontzien ons management zoveel als mogelijk in de last van het maken van hoognodige niet-populaire besluiten;
  5. Wij zijn er heilig van overtuigd dat trede 5 van de Veiligheidsladder(r) in onze genen zit en dat ons maar niemand vertelt dat het niet zo is.
0
Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2019 Veiliggeit.nl