Wanneer je je huissleutel kwijt bent geraakt ga je hem zoeken. Wanneer had je hem voor het laatst gebruikt? Waar had je hem voor het laatst gezien? Het zoeken van je sleutel is een fixatie en het doel is dat stomme ding te vinden. Je weet het zeker: “hij moet hier ergens liggen”. Je loopt letterlijk, gestructureerd en in omgekeerde vorm je stappen na in de veronderstelling dat de uitkomst daarvan onvermijdelijk moet leiden tot vinden van je huissleutel. Ik weet niet hoe jullie dat negen van de tien keer vergaat, maar zelf heb ik als notoire ‘misplaatser’ van voorwerpen de ervaring dat de sensatie van ‘het vinden’ zich veelal via andere dynamieken manifesteert.

Vaak helpt het om niet te zoeken; in dat geval moet ik voorlopig andere voorzieningen treffen (sleutel lenen)of kies ik er voor het ‘probleem’ definitief weg te nemen (sleutel bij laten maken). Ik kan er gif op innemen dat ik dan binnen afzienbare tijd mijn huissleutel op de meest onvoorstelbare of onverwachte plek in het huis of daarbuiten aantref. Veelal vindt ‘toevallig’ iemand anders mijn sleutel, terwijl ook hij of zij hier niet actief naar zocht, of totaal onbekend was met mijn ‘probleem’.

De woorden ‘zoeken’ en ‘vinden’ zijn zeker met elkaar verbonden, maar wat mij betreft niet in de onlosmakelijke zin. Mijn persoonlijke kijk op de zaak: wanneer je iets zoekt, resulteert dat in het gunstigste geval tot ‘vinden’, maar wanneer je iets vindt, hoeft dat niet de resultante van ‘zoeken’ te zijn”. 

Als je de Dikke Van Dale er op naslaat, ontdek je dat ‘zoeken’ zoveel betekent als ‘proberen te vinden’. Als woordbetekenis van ‘vinden’ kom je uit op ‘toevallig of door zoeken iets aantreffen’. 

Een voorbeeldzin die bij woordbetekenis van ‘zoeken’ wordt opgevoerd is: “dat had achter hem niet gezocht”; is dat niet op z’n minst ‘bijzonder’ te noemen? De persoon in kwestie ‘zocht’ blijkbaar niet iets óf zocht iets anders en vond vervolgens iets waar hij of zij niet op bedacht was?

Al struinend door het woordenboek stuit ik ook nog op de woordbetekenis van ‘zoek’ als bijwoord: ‘niet te vinden; weg, verloren’. De ironie!

Is het verder ook niet zo dat wanneer je iets ‘vindt’ dat je ‘zoekt’, en het liefst sneller dan je had verwacht of precies zoals je zou willen, je zoektocht als ‘succesvol’ voelt. Je kunt je afvragen wat je in dat geval onderweg allemaal hebt gemist.

Binnen de veiligheidskunde wordt tegenwoordig naarstig gezocht naar ‘dat ene’ dat het verschil gaat maken. Dat is op zich prima, ware het niet dat er een (onzichtbaar) gevaar achter schuilt: failure is not an option. De houdbaarheidsdatum van het standpunt “géén resultaat is óók resultaat” lijkt te zijn verstreken. Iets doen is beter dan niets doen. De Incident Frequency (IF) blijft vooral rekenkundig dalen. Certificaten tonen ontegenzeglijk aan dat we goed bezig zijn. De krantenkoppen van het chemiepark dat zichzelf in 2025 tot ‘veiligst’ wil kronen, liggen ongetwijfeld nu al bij de drukker.

Wat vinden jullie…zoek ik het te ver?

0
Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2020 Veiliggeit